Kontaktujte nás

Telefon: 800 100 620
E-mail: info@noisis.cz

Rozřazovací test z holandštiny

Po vyplnění testu Vám obratem zašleme e-mail s vyhodnocením Vámi dosažené jazykové úrovně.

Jméno a příjmení:
Telefon:
E-mail: *
Společnost:
 

Zaškrtněte správnou odpověď.

Hij _____ een zus.

heb heeft hebt

Waarom _____ u Nederlands?

studeren studeert studeer

Waar kom je _____ ?

vandaan naartoe heen

Dit is mijn zusje. Ik bel _____ vaak.

hem zij haar

Ik _____ een e-mail.

schrijv schrijf schrijve

Heb je een auto? _____

Nee, ik heb niet auto. Nee, ik heb geen auto. Nee, ik heb een auto niet.

In Nederland _____

woont mijn broer. mijn broer woont. broer mijn woont.

Sorry, ik moet naar huis. Tot ziens! _____

Hoi! Hallo! Doei!

De soep is heel _____

mooi lekker gezellig

Hoe laat is het? _____

Het is half drie ´s middags. Om 7 uur ´s avonds. Morgen om 12 uur ´s middags.

_____ zij ons helpen?

kunt kan kant

Ik spreek met mijn vrienden _____ .

af aan op

Hij heeft een _____ auto.

wit witt witte

Hoe vaak ga je naar de bioscoop? Ik ga _____ naar de bioscoop.

geregeld gezellig heftig

Hij spreekt goed Frans, want _____

hij zijn hele leven in Frankrijk woont. in Frankrijk hij zijn hele leven woont. hij woont zijn hele leven in Frankrijk.

Wat heb je gisteren _____ ?

gedoen gedaan gedeed

Zij vindt dat _____

haar vriend ´s weekends te veel werkt. ´s weekends werkt haar vriend te veel. haar vriend werkt te veel ´s weekends.

Waarom heb je hem nog niet _____ ?

gebeld belde gebelt

Als je in Nederland woont, _____

moet je Nederlands of Engels spreken. je moet Nederlands of Engels spreken. je Nederlands of Engels moet spreken.

Ik ben om 7 uur _____ .

gestaan opgestaan toegestaan

Hij heeft het hele verhaal _____ .

verzinnen verzoend verzonnen

Hoewel ik geen geld heb, _____

ga ik toch met vakantie. ga ik dit jaar niet met vakantie. moet ik vlak voor de vakantie nog werken.

Masomi en Kadir schrijven _____ in voor de cursus.

zelf zich elkaar

Ik heb een hekel _____ mijn baas.

aan op tegen

Dit _____ heb ik al twee keer gezien.

filmje filmtje filmpje

_____ we gaan zwemmen, moet ik nog even werken.

na voordat tijdens

Zij is heel trots _____ haar zoontje.

op aan voor

Heb je ook dit formulier _____ ?

ingevoeld ingevuld invuld

Het is maar een half uur lopen. _____

Dat valt mee. Dat valt tegen. Dat is ver!

Ik begrijp niet wat je bedoelt. _____

Wat heb je aan? Waar denk je aan? Waar heb je het over?

Het examen was heel moeilijk. Ik weet niet of ik zal slagen. _____

Het viel niet mee. Het was een makkie. Deze keer was het niet zo pittig.

Waardoor worden winterdepressies veroorzaakt? _____

Door te veel licht. Door kou en gebrek aan licht. Door een nieuwe baan.

Het was een vreselijke situatie! _____

Ik schrok! Ik schrikte! Ik schrokte!

Ik dacht dat ze in Indonesië _____

woonden wonen zullen wonen

Als je in het buitenland legaal wil werken, heb je een werk- _____ nodig.

ervaring vergunning kleding

Je hebt morgen een afspraak. Jammer genoeg voel je je niet lekker. Daarom wil je de afspraak liever naar een andere dag _____ .

verzetten vermogen verlaten

Volgende week zal ik het heel erg druk hebben. Ik heb een moeilijke week _____

voor de hand liggen achter de rug voor de boeg

Welke vraag heeft dezelfde betekenis als: ´Bevalt het je hier? _____

Heb je het naar je zin? Heb je dat allemaal begrepen? Was het een moeilijke bevalling?

Gaat de vervolgcursus Nederlands nog door? _____

Ja, want er zijn genoeg mensen die belangstelling voor een vervolgcursus hebben. Ja, helaas zijn er geen mensen die deze taal willen studeren. Ja, er is namelijk niemand die geinteresseerd is.

_____ ik studeerde, had ik een bijbaantje.

Vanwege Want Terwijl

 

 



angličtina arabština čeština pro cizince čínština dánština finština francouzština holandština chorvatština italština japonština korejština maďarština němčina norština polština portugalština ruština řečtina španělština švédština turečtina